LANCE OP Z'N BEST

recensie Nederlands Dagblad

maandag 4 juli 2005

Renner Pedro Horrillo klopt Zoetemelk en Armstrong

Als je niet beter zou weten, zou je denken, dat het schrijven van wielerverhalen de meest lucratieve job op aarde is. De laatste jaren verschijnt het ene na het andere boek in de winkels. Ook in juni en juli 2005 is dat, met de Tour de France aanstaande, niet anders.

door Edward Swier

DEN HAAG - Het erepodium van deze zomer? Joop Zoetemelk, precies 25 jaar geleden de beste in de Tour de France, en Lance Armstrong, de zesvoudig Tourwinnaar, knokten om de eer. Over beide fenomenen verscheen een drietal boeken. Maar de hoofdprijs gaat naar een andere coureur, Pedro Horrillo. En voor een grote onbekende, Cees Erkelens, is er een eervolle vermelding. De Spaanse coureur Pedro Horrillo, dit jaar in dienst van de Rabobank-ploeg en door een recente val uitgeschakeld voor Tourdeelname, schrijft voor de Spaanse krant El Pais korte, maar rake columns. Een groot deel daarvan, en een viertal portretten van collega-coureurs die Horrillo schreef, is nu vertaald en in boekvorm verschenen.

Vanaf mijn zadel heet de bundel. Horrillo klopt, hoewel fietsen toch echt zijn beroep is en schrijven een hobby, de concurrentie met gemak. Filosofisch zonder zweverig te worden. Ironisch zonder flauw te zijn. Zoveel origineler, poëtischer ook, dan de boeken die bijvoorbeeld over Lance Armstrong verschenen. Zowel de Brit John Wilcockson, sinds jaar en dag in de VS werkzaam, als Raymond Kool keek nog eens terug op de Tour van 2004. Wilcockson kroop in het wiel van Armstrong, hield daarbij de chronologie van de Ronde keurig in ere en noteerde, duidelijk voor zijn Amerikaanse lezer, buiten een prettige sfeertekening ook de nodige Tourfeitjes uit een ver verleden. Raymond Kool deed, op eigen bodem, zo’n beetje hetzelfde. Voor zijn website schreef hij de afgelopen jaren dagelijks verhalen over de Tour. Vorig jaar al verscheen een deel daarvan in gedrukte vorm, dit jaar opnieuw. De Tour van 2004, Armstrongs zesde zege alweer, krijgt alle aandacht, maar ook tal van andere memorabele ritten uit dit millennium.

Beide boeken van beroepsauteurs missen echter het originele dat Horrillo wel weet te brengen. Ook Linda Armstrong Kelly, inderdaad de moeder van, is van nature geen schrijfster. Haar boek Geen berg te hoog draagt de typisch Amerikaanse ondertitel Het levensverhaal van een sterke moeder. De wielerliefhebber zal niet direct warm lopen voor het boek waarin zinnen staan als ,,Mijn zoon was mijn redding. Door me aan hem te binden gaf ik mezelf vrijheid. Hem opvoeden maakte mij een beter mens.’’ De boeken over Joop Zoetemelk zijn stuk voor stuk wel origineel. Mart Smeets reconstrueerde de Tour van 1980, Fred van Slogteren stelde zichzelf voor de zware taak een complete biografie over de laatste Nederlandse Tourwinnaar te maken. In De Muur, gemaakt door en voor de echte liefhebber, staan echter andermaal de leukste verhalen. Zoetemelk, de regelmaat en misschien zelfs wel saaiheid zelve, krijgt er zowaar kleur van op zijn gezicht. Philip Freriks legt bijvoorbeeld uit wat dat ‘pfff’van Zoetemelk eigenlijk betekent. Dachten wij altijd dat hij het even niet meer wist, volgens Freriks is ‘pfff’ in het Frans ,,zo veelzeggend dat je er eigenlijk niets meer aan toe te voegen hebt.’’

In het gezelschap van Zoetemelk, Armstrong en Horrillo is Cees Erkelens de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt. Historicus Jan de Bas schreef een biografie over de Nederlandse wielerkampioen van 1912, zijn opa. Het werd een gedegen, haast wetenschappelijk boek ,,over een man die een twee-eenheid vormde met zijn rijwiel.’’ Het is niet voor niks het dikste van alle nieuwe wielerboeken. De Bas geeft en passant een duidelijke schets van de samenleving tussen 1900 en 1960. Interessant voor zowel de Libelle-lezeres, de geschiedenisfreak als de in historische verhalen geïnteresseerde wielerliefhebber.