LANCE OP Z'N BEST

interview De Almare

woensdag 1 juni 2005

Blik op de Tour de France                                                                                                     c

,,De Tourkoorts is bij mij al vroeg ontstaan’’

Acht weken zullen acht mensen uit de sport hun blik werpen op de Tour de France. Ze vertellen over hun ervaringen en geven hun eigen kijk op de ronde, die op 2 juli van start gaat. Inmiddels zijn we op de helft van de reportages aangeland. Deze week de beurt aan voormalig medewerker van De Almare, Raymond Kool. Dit jaar komt zijn tweede boek over wielrennen uit en wel ‘Lance op z’n best’.Vragen aan Raymond Kool om mee te werken aan artikelen over de Tour de France is het antwoord weten. Razend enthousiast steekt hij van wal. Een monoloog.

,,Jarenlang heb ik als redacteur gewerkt bij De Gooi en Eembode en De Almare. Sinds 2003 ben ik begonnen als freelance journalist en daarnaast schrijf ik boeken. Hiervoor zoek ik regelmatig de rust van mijn huisje in het Franse natuurpark Le Morvan op. Vorig jaar verscheen mijn debuutboek ‘Lance en de rest’ bij uitgeverij BZZTôH, een bundeling verhalen over de Tour de France in het nieuwe millennium. In juni van dit jaar ligt het vervolg hiervan in de boekwinkels. De titel van deze tweede Tourverhalenbundel is ‘Lance op z’n best’.’’

,,Ik ben ook actief wielrenner. Als ik in Frankrijk ben probeer ik regelmatig tochtjes van rond de 40 kilometer te maken op mijn oude Giant-racefiets. Het landschap is fantastisch, maar nergens vlak. Niet eenvoudig dus, want ik moet wel die 90 kilo’s lichaamsgewicht omhoog zien te krijgen. Een klimmer zal ik nooit worden, maar ik blijf proberen mezelf te verbeteren. Puur voor de lol en mijn gezondheid, want in wedstrijdverband fietsen doe ik niet. Wel lijkt het mij leuk om eens aan bekende toerritten als de Amstel Gold Race, Ronde van Vlaanderen of de ‘Robert Alban’ bij ons in de Morvan mee te doen.’’

,,De belangstelling voor het passieve fietsen oftewel de Tourkoorts is bij mij al vroeg ontstaan. In de tijd van de fameuze TI Raleigh-ploeg van Peter Post, halverwege de jaren zeventig en begin tachtig, ging ik in de vakanties altijd met mijn vader mee in de vrachtwagen. In juli luisterden we altijd samen naar radio Tour de France. Theo Koomen hield ons aan het toestel gekluisterd met de verrichtingen van Jan Raas, Gerrie Kneteman, Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk, Johan van der Velde en Peter Winnen. En als we zelf eens in die periode op vakantie waren probeerden we samen via de wereldomroep of buitenlandse radiozenders de Tour te volgen. Uiteraard hield ik ook plakboeken bij, hoewel ik die eigenlijk nooit voltooide. Later kreeg ik een baantje als magazijnhulp bij een drogisterijtabakszaak in Huizen en ook daar luisterde ik steevast naar Radio Tour de France. Daar ben ik ook fan geworden van The Amazing Stroopwafels, die destijds grijs werden gedraaid op Radio Tour de France. Op speciale Tour posters van het sigarettenmerk Gauloises schreef ik dagelijks de ritwinnaar en gele truidrager en hing deze zo kort mogelijk na de finish in de etalage van de winkel. Als redacteur bleef ik bevangen door de Tourkoorts. Samen met mijn collega schreef ik in 1988 een krantenpagina vol over de zege van Steven Rooks op l’Alpe d’Huez en in 1991 mocht ik in juli zelfs een wekelijkse pagina over de Tour maken in onder meer De Almare. Daarna heb ik nog vele jaren voor verschillende kranten voorbeschouwingen op de Tour geschreven. In 2000 ben ik als hobby begonnen met het schrijven van dagelijkse verhalen tijdens de Tour. Geïnspireerd door de vele tv-uren, die aan de Tour worden besteed, vliegt er nu al vijf jaar lang na elke etappe een Tourverhaal uit mijn twee tikvingers. Dat zijn er tot nu toe in totaal 105. Het merendeel daarvan is nu gepubliceerd in ‘Lance en de rest’ en ‘Lance op z’n best’. Ook de komende Tour zit ik weer vele uren voor de buis, want dat is toch de mooiste plek om wielerwedstrijden goed te bekijken. En daarna natuurlijk weer schrijven!’’

,,Ik heb de Tour ook enkele malen van dichtbij meegemaakt. In 1986 voor het eerst. Ik was op vakantie in Zuid-Frankrijk en besloot samen met een vriend richting de Alpen te rijden voor de etappe naar l’Alpe d’Huez. Het was ook toen al een gekkenhuis. We konden nog net een plekje voor onze tent vinden op een grasveld naast een hotel. Met honderden wielerfans hadden we de beschikking over één kraantje en een toilet. De dag van de wedstrijd zijn we met een gehuurde mountainbike omhoog gereden naar bocht 9, want daar heb je het mooiste zicht op de weg beneden. In een flits zagen we uiteindelijk de koplopers Bernard Hinault en Greg Lemond uit de mensenmassa opduiken. Daarna kwamen de renners in groepjes versplinterd voorbij. Het was prachtig, ook al hebben van het wedstrijdverloop weinig mee gekregen. Vier jaar later ben ik samen met twee vrienden nog eens teruggegaan. Nu met de mountainbike helemaal omhoog, tussen de file van auto’s door. Af en toe kokhalzend van de uitlaatgassen hebben we het gehaald. Bugno won de etappe. Later heb ik nog eens een etappe naar het Noord-Franse Valenciennes voor een dagje bezocht. Daar zegevierde Jelle Nijdam en in 2003 kwam de Tour bijna door het dorp waar we ons Franse huisje hebben. Het blijft een leuk spektakel met de reclamekaravaan en enthousiaste toeschouwers, maar de renners zijn binnen dertig seconden voorbij!’’

,,De Tour uit het verleden die op mij het meeste indruk heeft gemaakt is zonder twijfel de Tour van 1980. De TI-Raleigh-ploeg won met Raas, Lubberding, Oosterbosch, Priem, Kneteman en Zoetemelk liefst elf etappes! Wat een overmacht en uiteindelijk won Joop ook nog eens de Tour. Dat was onvergetelijk. Wat meer recent heeft de Tour van 1998 veel indruk op mij gemaakt. Vooral in negatieve zin door de dopingjacht, waardoor de Tour dat jaar eigenlijk helemaal niet leuk was. Toch maakte deze Tour ook positief indruk. Marco Pantani reed Jan Ullrich fantastisch de vernieling in en Michael Boogerd was geweldig met een vijfde plaats in Parijs. En dan natuurlijk de jubileumTour van 2003. Er gebeurde iedere dag wel iets ongelooflijks. Rabokopman Leipheimer viel snel uit. Petacchi won vier etappes. Beloki brak van alles tijdens een val en Armstrong kon hem nog maar net ontwijken door bergaf een Alpenweitje door te rijden. Na twee weken Tour was het verschil tussen Armstrong en Ullrich slechts 15 seconden en nog geen minuut met Vinokourov! Het kon niet spannender. Armstrong viel nog eens in de laatste Pyreneeënrit door met zijn stuur in een etenszakje van een toeschouwer te haken. Hamilton reed drie weken met een gebroken sleutelbeen, maar won wel een etappe en eindigde als vierde. Knaven won in Bordeaux en Cooke heroverde op de laatste dag de groene trui op favoriet McEwen. Het was zonder twijfel de meest heroïsche Tour van de laatste decennia.’’

,,De renner die op mij het meeste indruk heeft gemaakt is zonder twijfel Gerrie Kneteman. Hij was voor mij in de Raleigh-periode de man. Hij won etappes, tijdritten en vloog er altijd in. Maar niet alleen zijn sportieve prestaties maakten indruk. Zijn radiopraatje bij Radio Tour de France, de ‘Kneetstory’, was legendarisch. Het was elke dag weer lachen om zijn verhalen en vooral zijn taalgebruik. In de Tour van de afgelopen tien jaar heeft Richard Virenque veel indruk op mij gemaakt. Fantastisch hoe die gozer altijd aanviel. Natuurlijk heeft hij in zijn Festina-tijd vals gespeeld, maar ik ben toch altijd een fan gebleven. Diepe bewondering heb ik voor zijn doorzettingsvermogen. Na zijn veel te late dopingbekentenis was iedereen in het Tourpeloton tegen hem. Toch ging hij er niet aan onder door. Hij bleef gewoon aanvallen waar hij kon, won weer etappes en uiteindelijk het record van zeven bolletjestruien. Virenque stond altijd garant voor spektakel. Velen zullen het niet met mij eens zijn, maar ik vind het jammer dat hij gestopt is.’’

,,Een renner die graag nog eens terug zou willen zien is Gerben Karstens. Hij stond bekend als de clown van het peloton. Ik herinner mij een foto, waarop hij zonder fiets midden op de weg voor het aanstormende peloton staat. Als een vader die zijn rennend op hem afkomend kind in de armen wil sluiten. Daar zou ik wel eens tv-beelden van willen zien. En dan het liefst met het radiocommentaar van Theo Koomen.’’

,,De etappe die ik op mijn naam zou willen schrijven is die naar de Mont Ventoux, de reus van de Provence. Iedere renner heeft ontzag voor deze kale witte berg, die je soms letterlijk de adem beneemt. Tommy Simpson vond er de dood, Eddy Merckx moest er na de finish aan het zuurstof. Armstrong wilde hier ooit maar wat graag winnen, maar slaagde er nooit in. Niet in de Tour en niet in de Dauphiné Liberé. In 2002 deed de Tour voor het laatst de moordende Mont Ventoux aan. Op de top wapperde een grote banier met de portretten van de voormalige winnaars: Charly Gaul, Raymond Poulidor, Eddy Merckx, Bernard Thévenet, Jean-Francois Bernard en Marco Pantani. Bijna louter Tourlegendes. Richard Virenque schreef zijn naam in dat jaar onder dit fameuze rijtje. Winnen op l’Alpe d’Huez is geweldig, maar winnen op de Mont Ventoux is heroïsch. Als ik wielrenner was zou ik met mijn kop op die banier willen.’’

De mening van Raymond Kool:

Wat is het podium van de Tour 2005?

1. Armstrong 2. Ullrich 3. Menchov

Wie behaalt de groene trui in Parijs?

Thor Hushovd

Wie wordt de koning van de bergen (bolletjestrui)?

Michael Rasmussen

Welke Nederlander eindigt het hoogst in het eindklassement?

Michael Boogerd

Noem vijf potentiële etappewinnaars?

Tom Boonen, Lance Armstrong, Robbie McEwen, Alejandro Valverde en Michael Rasmussen.